Tussen trots en stigma

Prof. dr. Ingrid Tieken-Boon van Ostade, hoogleraar Sociohistorische taalkunde van het Engels, schrijft voor de weekkrant Den Haag Centraal over de vele talen die in Den Haag worden gesproken. Deze keer neemt ze samen met Ad van Gaalen het Haags zelf onder de loep.

Lekkâh en vroegâh

Voor degenen die de stad goed kennen is het taaltje van de ‘Hagenees’ maar al te bekend. Ad van Gaalen was een van de eersten die deze tongval onder de loep nam door gewoon eens bij mensen in Den Haag thuis langs te gaan. Met resultaat: toen het daarop volgende boekje in 1985 voor het eerst werd gepubliceerd, was het niet aan te slepen.


Dubbele houding

Misschien ken je het Haags vooral van Haagse Harry, het iconische asociale stripfiguur opgetekend door wijlen Marnix Rueb. Die is op meer dan één manier tekenend voor de houding van de Hagenezen tegenover het Haags. Aan de ene kant zijn ze namelijk ontzettend trots op het Haags, maar vanwege de stereotype associatie met figuren als Haagse Harry willen ze liever niet dat hun kinderen zo spreken.

---

Lees ook het volledige gesprek tussen Ad van Gaalen en Ingrid Tieken-Boon van Ostade.

Haagse Talen op Facebook

Laatst Gewijzigd: 19-09-2016