'Als bestuurder wil ik het Leiden Institute for Area Studies helpen vormgeven'

Forum - 6 november 2008

Zeven instituten vormen sinds 1 september de Faculteit der Geesteswetenschappen. De instituten staan onder leiding van een wetenschappelijk directeur. In de komende nummers van Forum stellen de directeuren zich aan u voor. Deze keer: vijf vragen aan prof. dr. I.B. Smits – wetenschappeljk directeur van het Leiden Institute for Area Studies (LIAS). "De boodschap blijft wat mij betreft toch dat we voortdurend moeten proberen institutionele grenzen te overstijgen." 

Wat inspireert u aan de Leidse universiteit als wetenschapper?


"Dat die je op verschillende manieren prikkelen kan. Het mooie van een universiteit als deze is dat je in discussie kan over zowel de thema-gestuurde, conceptuele vragen als over de filologisch-technische kant van het lezen van teksten uit vreemde culturen. Ikzelf werk op het terrein van literatuur en film in Japan. In mijn onderzoek richt ik me vooral op vroegmiddeleeuwse teksten in zowel klassiek Japans als klassiek Chinees. Tweetaligheid (of ‘tweeschriftigheid’), dichter/mecenas-netwerken en concepten van verbeelding en representatie zijn drie grote thema’s die me daarbinnen erg bezighouden. Het leuke is dat je in deze universiteit --en dan heb ik het toch in de eerste plaats vooral over onze nieuwe faculteit-- een veelvoud aan expertise tegenkomt die je prikkelt over de hele breedte van het spectrum tussen die twee parameters van onderzoek.

Verder wil ik graag ook bijzondere bibliotheken noemen als de Kern-bibliotheek en de de Oost-Azië-collecties in het Arsenaal. We hebben daar echte schatten én de expertise van specialistische bibliothecarissen. Die combinatie creëert een heel bijzondere infrastructuur die we moeten blijven koesteren; het is dus zaak dat deze expertise én collecties als herkenbare eenheid behouden blijven."  

Hoe heeft u de fusie ervaren?


"Het LIAS streeft nadrukkelijk multidisciplinariteit na, dus het voelt heel natuurlijk om met collega’s in disciplines als Godsdienstwetenschappen, Filosofie en Kunsten in één faculteit terecht te komen. Binnen het LIAS tref je tenslotte ook de disciplines aan die in de andere zes instituten worden vertegenwoordigd. Ik hoop van harte op verdere interactie tussen de instituten op gebied van onderzoek en onderwijs. Wel is het zo dat op dit moment de aandacht en energie van de vier instituten die het zogeheten ‘Letteren-smaldeel’ vormen erg in de reorganisatie gaan zitten; dat is onvermijdelijk, maar voor collega’s uit de drie ander instituten zal dat niet altijd stimulerend zijn. In het nieuwe kalenderjaar moet die balans anders. Maar de bestuurlijke collegialiteit heeft me in positieve zin verrast.
Dichter bij de werkvloer leidt de fusie, maar meer dan de fusie eigenlijk de reorganisatie, tot onrust maar ook, geloof het of niet, tot een open blik. De angst voor het voortbestaan van de eigen baan en daarmee van specifieke expertise is helaas reëel; het reorganisatieplan kondigt tenslotte aan dat een aantal mensen hun baan gaat verliezen. Tegelijkertijd is de nieuwe organisatiestructuur een uitnodiging om nieuwe dwarsverbanden te zien."

Wat moet de rest van de facultaire medewerkers van u weten wat ze nog niet weten?


"Dat is ook weer zo’n vraag. “No kommento”, zou een Japanner zeggen. Wat ik als individuele wetenschapper doe of denk is voor mijn positie als instituutsdirecteur niet zo relevant."

Welke zijn uw toekomstplannen?


"Als bestuurder wil ik het LIAS helpen vormgeven. Anders de overige zes instituten in deze nieuwe faculteit, is het LIAS de enige fenix die echt als een andere vogelsoort dan voorheen uit het ei komt kruipen. In allerlei opzichten beginnen we bij nul. Dat is lastig maar ook verfrissend. Maar om te kunnen functioneren moet het LIAS behalve een bureaucratisch-personele eenheid ook een gemeenschap van onderzoekers en docenten worden die met elkaar een succes van dat instituut willen maken. Een (slechte) prikkel daartoe is angst: als we financiëel niet beter gaan presteren en de batenstrategie van het reorganisatieplan geen werkelijkheid laten worden, hebben we nog steeds met zij allen een enorm probleem. Een andere (en betere) prikkel is hopelijk dat we het intellectueel verrijkend vinden om in nieuwe combinaties onderzoeksprojecten en onderwijsprogramma’s mogelijk te maken.
Als wetenschapper wil ik vooral dat de reorganisatie zijn beslag krijgt, zodat we ons weer op onderzoek kunnen concentreren. Net als de meeste van mij collega’s wordt ik pas echt blij wanneer ik creatief met mijn vak kan bezig zijn.
Als docent wil ik graag de onderwijsvernieuwingen die we de laatste twee jaar bij de Opleiding Japans met vrij groot succes hebbend doorgevoerd verder helpen uitbouwen." 

Wat heeft u het meest verrast in de andere instituten?


"Eerder dan een verrassing en bevestiging: dat, zodra je elkaar beter leert kennen, er overal prikkelende geesten rondlopen. De boodschap blijft wat mij betreft toch dat we voortdurend moeten proberen institutionele grenzen te overstijgen. "

-------------------------

Lees verder: Inhoudsopgave Forum 8e jaargang, nummer 6


Laatst Gewijzigd: 29-08-2011