Het onderzoek van...: Jeroen Groenewegen: Chinese popmuziek

Forum - 1 juli 2008

Jeroen Groenewegen (bron: Mare interview)

Jeroen Groenewegen (bron: Mare interview)

In de faculteit wordt veel onderzoek verricht. In de rubriek Het onderzoek van… vertelt telkens een promovendus of andere researcher over de grandeur en misère van het onderzoek doen.  

Deze maand vijf vragen aan Jeroen Groenewegen over samenwerking en zijn onderzoek naar Chinese popmuziek.


Vertel iets over uzelf, hoe bent u tot dit onderzoekproject gekomen?

Na mijn propedeuse Talen en Culturen van China heb ik me een jaar met mijn alternatieve rock band in de Achterhoek teruggetrokken. Ik was drummer, tekstschrijver en maagd. Het werd wel heel erg zelfingekeerd, en de band ging uiteen. Ik hervatte mijn studie in Leiden en kon een jaar later met een beurs naar Peking. Dat was een behoorlijke verandering, en China was ook heel anders dan dat ik me tijdens de studie had voorgesteld. Ik zocht naar manieren om dat te verwerken en kwam in de underground scene terecht. Later heb ik mijn scriptie over die rockbands geschreven. Daarin zette ik me af tegen het idee dat rock in China een stem van het volk is tegen de onderdrukker. De scriptie neemt een hele politieke uitvoering van een heel politiek nummer en vraagt wat er eigenlijk gebeurt. Zo kon ik laten zien dat politiek slechts een onderdeel is van een groter spel. Betekenis ontstaat in dat plezierige samenspel, maar tegelijkertijd zijn er ook andere thema’s, tegenstrijdigheden, en blijft het onbeslist. In mijn huidige onderzoek vraag ik me af welke andere thema’s en dus benaderingen van muziek in China mogelijk zijn. Het lag voor de hand om dan verder te luisteren dan rockmuziek.

Faye Wong (Love letter to myself - nl.youtube.com)

Faye Wong (Love letter to myself - nl.youtube.com)

Waar gaat het onderzoeksplan over? Welke vraag staat centraal?

In het onderzoek, dat The Performance of Identity in Chinese Popular Music heet, vergelijk ik steeds drie acts: de popdiva Faye Wong, de glamrockband Tweedehands Roos en de singer-songwriter Xiao He. Dat doe ik in vijf thematische hoofdstukken: Plaats, Genre-Transgressie, Seks-Gender-Verlangen, Muziektheater en Creatie-Organiseren. Inmiddels, na tweeënhalf jaar, heb ik van drie hoofdstukken kladversies af. In Plaats is het de vraag wat er Chinees is aan Chinese popmuziek, en om welk China het nou eigenlijk gaat. In Seks-Gender-Verlangen benader ik liefdesliedjes vanuit de psychoanalyse. In Creatie-Organiseren betoog ik dat Chinese popmuziek ontstaat in een soort evolutionair proces van inspiratie, variatie en selectie. Hoewel de hoofdstukken dus redelijk op zich staan, en het prikkelen van de interesse naar Chinese muziek door middel van achtergrondinformatie een doel op zich is, presenteren de hoofdstukken wel een samenhangend argument. Misschien dat de eerdere vergelijking van muziek met een spel het meest adequaat is om die hier kort weer te geven. Net als bij muziek en rituelen is er bij een spel sprake van uitwisseling tussen een veelvoud aan spelers in een figuurlijk afgebakende ruimte. Daarbinnen hebben de spelers een zekere mate van autonomie: het spel is nergens een directe afspiegeling van. Tegelijkertijd staat er wel degelijk iets op het spel en ontstaan er identiteiten. Bijvoorbeeld, in hun ontsnapping aan de alledaagse realiteit, presenteren liefdesliedjes ook man-vrouw verhoudingen die plaats- en tijdsgebonden zijn.


Wat zijn de boeiendste kanten van het project?

Denken! Luisteren! Ik hoop dat de lezer dat ook zo zal ervaren. Wat mijzelf betreft is dit misschien een goede plaats om iets over veldwerk te zeggen. Voor het onderzoek ben ik meerdere malen naar Peking, Shanghai, Hong Kong en Taipei geweest. Het is geweldig om in al die plaatsen creatieve mensen te ontmoeten, festivals mee te maken en opnamesessies bij te wonen. Dat is noodzakelijk en ook leuk. Aan de andere kant is er dankzij het internet een ware overkill aan fansites, mp3's en tv-interviews voorhanden. Wikipedia en de Japanstalige database www.yaogun.com zijn tegenwoordig snelle en redelijk betrouwbare bronnen. Daarnaast komen er veel Chinezen naar Nederland, zij het relatief weinig muzikanten—muziek schijnt minder makkelijk grenzen te overstijgen dan (Chinese) kunst, films en literatuur. Bij een aantal van die uitwisselingen ben ik als tolk betrokken, en wat me opvalt is dat de vragen van journalisten en publiek zelden informatie opleveren die niet tijdens een vluchtige voorbereiding bijelkaar te googlen was. Met andere woorden, in het tijdperk van mechanische reproductie lijkt het interview eerstens een middel te zijn om een aura van authenticiteit te garanderen. Misschien ben ik overdreven kritisch, want mijn veldwerk heeft vele, onbevroede  inzichten opgeleverd. Maar toch... zou ik niet eerst álle informatie op internet moeten lezen... ach man... spring!

Poster China Pop

Poster China Pop

Welk resultaat hoopt u te behalen?

Luisteren! Denken!

Hoe bevalt het aio-bestaan op deze faculteit?
 

Officieel ben ik geen aio, maar student. Dat komt omdat ik niet in loondienst ben, maar gefinancierd wordt door een beurs van de Hulsewé Wazniewski Stichting. Ik kan iedereen die onderzoek wil doen naar de materiële cultuur van China aanraden daar een beroep op te doen. Wat de academische omgeving betreft zijn Talen en Culturen van China, de Faculteit de Kunsten en het zelfstandig onderzoeksinstituut Chime uitstekend. Maar wat me uiteindelijk nog het meest bevalt is dat ik de kans heb gekregen om mijn eigen onderzoek te doen. Het lijkt alsof dat zeldzamer aan het worden is en er straks ook in de geesteswetenschappen vooral op een plaats in een collectief project gesolliciteerd zal gaan worden. Dit jaar heeft het Onderzoeksinstituut voor Aziatische, Afrikaanse en Amerindische Studies (CNWS) vanwege de  noodzakelijke vacaturestop geen nieuwe aio's aan kunnen stellen. Daardoor zijn getalenteerde mensen naar het buitenland vertrokken. Nu zal het CNWS ophouden met bestaan. Daarmee gaat de samenwerking van letteren, antropologie en rechten jammerlijk verloren. En ik ben vorig jaar net bij de aio-raad gegaan om onderling contact te bevorderen. Dat mijn collega's zich soms opsluiten in hun hok is te begrijpen omdat het gebouw met uitzicht op de hortus zo mooi is, academici zich nou eenmaal graag verliezen in de flow van hun onderzoek, en omdat iedereen zich constant bewust is van de tijdsdruk. Anderzijds is er volgens mij in Leiden, en zeker de randstad, veel onaangeboord potentieel voor wederzijdse inspiratie.  

Voor meer informatie zie:  

Interview in Mare (oktober 2005) http://www.leidenuniv.nl/mare/2005/08/0101.html  
Persoonlijke website (met link naar radioprogramma) www.keepmakingsense.com 

-------------------------

Lees verder: Inhoudsopgave Forum 8e jaargang, nummer 4


Laatst Gewijzigd: 29-08-2011