'In Leiden leerde ik niet zo'n brave student te zijn'

Kunsthistorica Willemijn van Drunen had een vaste baan bij de Kunsthal, maar sprong in het diepe en begon voor zichzelf.  Met spannende klussen als de heropening van het Mauritshuis en het Rijksmuseum. Welke keuzes maakte ze en wat heeft ze aan haar studie in Leiden?

Wat was vroeger je jongensdroom?

Willemijn van Drunen

Willemijn van Drunen

‘Op de middelbare school had ik geen concreet beroep voor ogen. Maar ik was wel heel geïnteresseerd in kunst en cultuur en kwam graag in musea. Daarom heb ik ook nauwelijks andere studies overwogen: het stond voor mij vast dat ik kunstgeschiedenis wilde studeren.’


Hoe beviel de studie?

‘Goed. Ik behaalde mijn bachelor en master in Groningen en kon daarna stage lopen in de Kunsthal Rotterdam.  Als stagiaire van de educatieve afdeling ontwikkelde ik voorlichtingsmateriaal. Op die plek kreeg ik echt de smaak te pakken en wist ik dat ik verder wilde in de museumwereld. Na mijn stage kon er ik blijven werken, een geweldige kans. Maar na twee jaar begon het te kriebelen: ik realiseerde me dat ik nog niet was uitgeleerd. Toen heb ik naast mijn werk de Leidse onderzoeksmaster kunstgeschiedenis gedaan. Daar heb ik veel aan gehad. In Leiden leerde ik niet zo’n brave student te zijn en mij kritisch op te stellen tegenover alles dat wordt aangeboden. En dat je, als je iets graag wilt, voor jezelf de ruimte moet creëren om dat ook mogelijk te maken. Ik studeerde niet meer voor de studiepunten, maar voor mijn eigen ontwikkeling.’

Hoe verliep je carrière na het afstuderen?

‘Daarna heb ik nog een jaar bij de Kunsthal gewerkt. Een mooie baan, maar het is ook hard werken in een strak stramien met zo’n vijfentwintig tentoonstellingen per jaar. Daarom wilde ik op een gegeven moment meer vrijheid om zelf projecten te ontwikkelen en begon ik mijn eigen bedrijfje in communicatie. Dat liep al vrij snel goed met mooie opdrachtgevers als het Rijksmuseum Amsterdam en Museum Boijmans Van Beuningen. En in Leiden stelde ik voor Japanmuseum Sieboldhuis de tentoonstelling ‘Hello Kitty’ samen.’

In het Zweetkamertje

In het Zweetkamertje

 

Wie: Willemijn van Drunen (1984)

Studie: Onderzoeksmaster kunstgeschiedenis (2007 - 2009)
Vereniging: Geen lid
Functie: Freelance kunsthistorica, eigenaar 'MetWilskracht', communicatiebureau in cultuur
Favoriete plek in Leiden: Het Friese bakkertje Us Bertus

 


Je was tot voor kort tijdelijk persvoorlichter voor het Mauritshuis vanwege de heropening en daarvoor begeleidde je onder andere de heropening van het Rijksmuseum. Hoe is het om op die momenten in te springen?

‘Het zijn fantastische en spannende klussen. Er zijn jaren aan voorbereiding aan voorafgegaan en eindelijk kunnen de deuren open. Dan moet alles goed gaan. Het is een voorrecht om daar een paar maanden onderdeel van uit te maken. Zowel het Rijksmuseum als het Mauritshuis genieten internationaal een grote belangstelling, maar zijn in omvang natuurlijk totaal verschillend. Honderden journalisten uit de hele wereld deden bij beide musea verslag van de heropening. Het mooie is dat je binnen korte tijd heel intensief samenwerkt met de vaste collega’s van het museum en heel veel leert over structuren en culturen binnen een organisatie. Ieder museum regelt zaken op zijn eigen manier waardoor klussen altijd weer anders zijn.'

Wat vind je minder prettig aan het freelance bestan?

'Telkens weer afscheid nemen. Je bouwt, zeker als je voor een opdracht op kantoor zit, zo snel een band op met je tijdelijke collega’s dat het dan vaak jammer is om te gaan. Maar dat is natuurlijk part of the deal als je freelancer bent.'

Heb je ergens spijt van?

‘Dat ik in Leiden niets heb meegemaakt van het studentenleven. In Groningen was ik daar wel voluit in gedoken, maar ik woonde al in Rotterdam toen ik in Leiden kwam studeren. Na afloop van colleges stapte ik meestal snel weer de trein in. Nu kom ik alumni uit Leiden tegen die een heel ander verhaal hebben over hun studententijd.’

Wat is het beste advies dat je ooit hebt gekregen?

‘Doe je niet beter, belangrijker of anders voor dan je bent. Ik heb dat van huis uit meegekregen en het is toepasbaar op talloze situaties, ook voor mijn eigen bedrijfje. Ik doe waar ik goed in ben en verspil niet veel energie aan zaken die niet bij mij passen. Het betekent dus ook af en toe nee durven zeggen en er juist helemaal voor gaan als iets je wel ligt. Dat geldt natuurlijk voor alle beroepen, maar voor kunsthistorici is het extra belangrijk omdat de banen niet voor het oprapen liggen. Er zijn veel mogelijkheden, maar je moet ontdekken wat je ligt.’

(16 juli 2014 - LvP)

Laatst Gewijzigd: 16-07-2014